De Sūtra van het Gouden Licht



1. Inleidend Hoofdstuk

Om. Hulde aan alle roemrijke Boeddha’s en Bodhisattva’s.
Om. Hulde aan de glorierijke, gezegende edele Vervolmaking van Wijsheid (Prajñaparamita), evenzo aan de overwinning op de bestaanswerelden onderwezen door de goddelijke en menselijke traditie. Heil!

Ik hoorde eens hoe de Tathagatha op de Berg Grdhrakūta (de Gierenberg) in Radjagriha verbleef in de sfeer van religie in het diepzinnige Boeddha-gebied, (samen met de edele godin Bodhisattvasamuccaya en met de grote godin Sarasvatī, en met de grote godin Srī, en met de grote aarde-godin Drdha, en met de grote godin Harītī, met zulke grote goden aan het hoofd (en ook) met talrijke goden, Naga’s, Yaksa’s, Raksasa’s, Gandharva’s, Asura’s, Garuda’s, Kimnara’s, Mahoraga’s, mensen en niet-menselijke wezens.
Toen sprak de eerbiedwaardige Ānanda aldus tegen de Heer: “Heer wat zal voor hen de Discipline van de Wet zijn?” De Heer antwoordde: “De essentie van meditatie en de Wet is puur, tot stand gebracht overeenkomstig zijn manifestatie en niet door moeizaam onderzoek.”

“Onder de gezuiverde, pure en beste Bodhisattva’s
zal ik de uitmuntende Suvarnabhasa prediken,
de koning van sūtra’s, erg diepzinnig om te horen
en diepgaand ter onderzoek.

Het is gezegend door de Boeddha’s
in de vier richtingen,
door Aksobhyaraja in het oosten,
in het zuiden door Ratnaketu,
in het westen door Amitabha,
in het noorden door Dundubhisvara.

Ik zal deze zegening verkondigen,
de uitstekende, veelbelovende biecht,
waarvan het doel is
de ondergang van al het kwaad,
het schenken van iedere zegen,
het vernietigen van alle rampspoed,
de basis alwetendheid,
volledig getooid in al zijn glorie.

Voor die wezens waarvan de zintuigen defect zijn,
van wie het leven is verbruikt of mislukt,
die belaagd worden door ongeluk,
die door de goden verlaten zijn,

Die gehaat worden door dierbare, geliefde mensen,
onderdrukt worden op plekken zoals in huishoudens,
of in onenigheid zijn met elkaar,
gekweld worden door het verlies van hun bezittingen,

Die verdriet en problemen hebben,
in armoede en angst leven,
geteisterd worden door negatieve Planetaire constellaties en Gesternte,
door demonen bezocht worden,

En die last van boze dromen hebben vol verdriet en kwellingen,
zouden moeten luisteren naar deze uitmuntende sūtra,
wanneer zij zich goed gewassen en gereinigd hebben.

Voor hen die deze sūtra horen,
de diepzinnige Boeddha-sfeer,
met een zuivere geest en goede intenties,
getooid in schone gewaden,

Zijn voor alle wezens
de meest ernstige rampspoeden
voor altijd opgeheven,
door de pracht van deze sūtra,

Want de wereldbeschermers zelf,
samen met hun ministers en legeraanvoerders
zullen hen beschermen
met ontelbare miljoenen Yaksa’s.

De grote godin Sarasvatī,
evenzo (de godin) die verblijft in de (rivier) Nairañjana,
HĿrītī, de moeder van de Bhūta’s,
en de Aarde-godin Drdha,

De Brahma-koningen en de Drieëndertig koningen,
de machtige heersers van de slangen (Naga’s),
de koningen van de Kimnara’s en de koningen van de Asura’s,
evenzo de koningen van de Garuda’s,

Die daar dan genaderd zullen zijn
met de macht van hun legers en voertuigen,
zullen hun bescherming verschaffen,
dag en nacht, onvermoeibaar.

Ik zal deze sūtra bekendmaken,
de diepzinnige Boeddha-sfeer,
het wonderbaarlijke mysterie van alle Boeddha’s,
voor miljoenen aeonen.

Zij die deze sūtra horen en
er voor zorgen dat anderen het te horen krijgen
en wie dan ook die er zich in verheugt en zij die het vereren,
zullen vereerd worden voor talrijke miljoenen aeonen door goden,
slangen (Naga’s), mensen, Kimnara’s, Asura’s en Yaksa’s.

De som van verdiensten die uit hen voortkomt
is eindeloos, ontelbaar, onvoorstelbaar
voor die wezens die deze verdiensten hebben verzameld.

Zij zullen met genoegen geaccepteerd worden
door de Boeddha’s van de tien richtingen
en eveneens door de Bodhisattva’s,
wier carriëre diepgaand is.

In schone en goed geparfumeerde kleding,
met een geest (vol) opgewekte liefde,
moet men onvermoeibaar eerbetuigen.
Men zou zijn geest eigen, zuiver en
uitgestrekt moeten maken.

Zuiver (je) gedachten en luister naar deze uitmuntende sūtra.
Diegenen die deze sūtra horen,
zullen verwelkomt worden door de mensen,
en door de goed verworven vrucht van een menselijk bestaan,
zullen zij een goed leven leiden.

In wiens oor deze instructie binnenkomt,
zal de vrucht van verdiensten gerijpt zijn
en die zal geprezen worden
door talrijke Boeddha’s.”

Zo (eindigt) het eerste hoofdstuk, het Inleidend Hoofdstuk, in de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de Sutra’s.


Table of Contents   Next >>