De Sūtra van het Gouden Licht



6 Hoofdstuk over de Vier Grote Koningen


6.1 Hoofdstuk over de Vier Grote Koningen

Voorwaar, toen de grote koning Vaisravana, ook wel Jambhala of Kubera genoemd, wachter van het noorden, heerser over de Yaksa’s, god van de rijkdom en weelde; de grote koning Dhritarastra, wachter van het oosten, heerser over de Ghandarva’s, door de lucht zwevende hemelse muzikanten; de grote koning Virūdhaka, wachter van het zuiden, heerser over de Kumbhanda’s, dwergen met buffelgezichten; en de grote koning Virūpaksa, wachter van het westen, heerser over de Naga’s (slangen) en bewaker van de Boeddha-relikwieën, van hun zetels opstonden en hun mantel over de schouder legden, met hun rechter knie op de grond knielden en met gevouwde handen een gebaar van eerbied toonden aan de Boeddha, spraken zij* aldus tot de Verhevene:

“Overwinnaar, deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, is verkondigd door de Tathagata, bewaakt en beschermd door alle Tathagata’s en Bodhisattva’s, vereerd door de menigten van goden en Oppergoden, geëerd, geprezen en verheerlijkt door alle Wereldbeschermers, schijnt in de verblijfplaatsen van alle goden, verleent de allerhoogste zegen aan alle wezens, vernietigt alle leed in de hellen, de dierenrijken en de wereld van Yama (het dodenrijk), vernietigt alle angsten, verdrijft alle vijandige legers, stilt alle hongersnoden, geneest alle ziekten, heft alle negatieve planetaire constellaties op, schenkt opperste rust, beëindigt verdriet en problemen, ruimt de diverse rampspoeden uit de weg en vernietigt vele honderdduizenden kwellingen. Wanneer, Verhevene, deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s in de menigte tot in de details wordt uiteengezet, zullen de goddelijke lichamen van ons, de Vier grote Koningen, samen met onze legers en ons gevolg, groeien als kool, alleen al bij het vernemen van de nectar van de Dharma. Ons lichaam zal vervuld worden van moed, kracht en energie. Ons lichaam zal vol van glans, glorie, pracht en praal zijn. Verhevene, de vier grote koningen, zullen trouw aan de Dharma zijn, de Dharma verkondigen en ons laten leiden door de Dharma. Door de Dharma, Verhevene, zullen wij heerschappij uitoefenen over de goden, Naga’s, Yaksa’s (natuurgeesten), Gandharva’s (hemelse muzikanten), Asura’s (de oude goden), Garuda’s (goden van het luchtruim), Kimnara’s** (Centaurs) en Mahoraga’s. Wij zullen de hordes Bhūta’s, die genadeloos en meedogenloos zijn en hun glorie van anderen stelen een zware nederlaag toebrengen.

*Deze vier Digpala’s of Lokapala’s, krijgers die o.a. de taak hebben de Boeddha en de Dharma te beschermen.

**Kinnara’s (Sanskiet) zijn volgens sommige teksten ‘hemelse muzikanten’, net zoals de Gandharva’s en Mahoraga’s. Ze worden beschreven als wezens met een paardenhoofd met een menselijk lichaam en als wezens met een mensen- gezicht en het lichaam van een paard. (zoals de Griekse Mythologie vermeldt als: de Centaurs, halfgoden). Bron: The Origin of the Young God; Kalidasa’s Kumarasambhava, 1985.

Wij, de Vier grote Koningen, Verhevene, samen met de Acht en Twintig grote generaals van de Yaksa’s en met de vele andere honderdduizenden Yaksa’s, zullen met onze alziende goddelijke ogen, die kristalhelder zijn en de menselijke ogen ver overtreffen, voortdurend waken over het gehele Jambudvīpa en het beveiligen en beschermen. Om deze reden, Verhevene, is de naam ‘Wereldbeschermer’ aan ons ‘de Vier grote Koningen’ toegekend. Wij, de Vier grote Koningen, Verhevene, zullen aan alle gebieden die in dit Jambudvīpa verslagen zullen worden door buitenlandse vijandige legers, die door hongersnoden worden getroffen of door ziekte of door verscheidene honderden onderdrukkers, bijstand verlenen en de monniken die de houders van de Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, zijn, bemoedigen, hoop geven en aansporen. En als, Verhevene, deze monniken de Dharma verkondigen door de magische kracht, invloed en aanmoediging van ons, de Vier grote Koningen, en wij daar naderbij zullen komen, zullen zij in die gebieden tot in de bijzonderheden deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, verkondigen. Alle rampspoeden en diverse andere honderdduizenden vormen van lijden die deze gebieden hebben getroffen, zullen beëindigd worden. In welk gebied dan ook, Verhevene, waar een koning van mensen verblijft, waar monniken die de bewaarders van de belangrijkste sūtra’s zijn, binnen zullen treden, daar zal deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, naartoe worden gebracht. En wanneer, Verhevene, een koning van mensen, die deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, zou horen en na het gehoord te hebben bescherming zou bieden, verlossing zou schenken, hulp en bijstand zou verlenen aan de monniken die de houders van de belangrijkste sutra’s zijn, en hun vijanden zouden afweren, dan zullen wij, de Vier grote Koningen, Verhevene, bescherming bieden, verlossing schenken, bijstand verlenen, afweer bieden, vrede stichten en voorspoed schenken aan die koning van mensen en aan alle wezens in het hele land. En wanneer, Verhevene, de koning van de mensen deze monniken, nonnen en leken* die de belangrijkste sūtra’s in bewaring hebben, zou zegenen en helpen, dan zullen wij, de Vier grote Koningen, de wezens in elk district van die koning van mensen volop zegenen en met geschenken, goederen en handelswaar overladen. Wanneer, Verhevene, de koning der mensen, de monniken, nonnen en leken die de belangrijkste sūtra’s in bewaring houden, zou eren, respecteren, en ontzag voor hen zou hebben, dan zullen wij, Verhevene, ervoor zorgen dat die koning der mensen meer vereerd en gerespecteerd wordt dan alle andere koningen en bovendien zal hij overal geprezen worden!

*Bhiksu, Bhiksuni, Upasaka en Upasika

En toen prees de Verhevene zowaar ‘de Vier grote Koningen’:
“Bravo, bravo, ‘Grote Koningen!’ Bravo, bravo! Omdat jullie diensten verleend hebben aan voorgaande Boeddha’s, ontzaglijk veel verdiensten hebben verzameld, vereerd zijn door vele triljoenen Boeddha’s en hun hulde hebben bewezen, trouw aan de Dharma zijn, de Dharma verkondigen, heerschappij uitoefenen over goden en mensen volgens de Dharma en omdat jullie al gedurende lange tijd toegewijd zijn aan het welzijn van alle moeder-voelende wezens, alle ongemakken uit de weg hebben geruimd, met de motivatie om alle wezens liefde, mededogen, welvaart en welzijn te schenken èn met de opdracht om alle voelende wezens welzijn en zegeningen te schenken; en omdat jullie, de Vier grote Koningen, die koningen der mensen, die de intentie hebben om deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, te vereren, beschermen zullen en verlossing, bijstand, afweer en vrede zullen schenken, zal daarom het Pad van de Dharma van de Boeddha’s van het verleden, heden en toekomst bewaakt en behouden blijven door jullie, de Vier Grote Koningen, samen met jullie legers en stoeten en met vele honderdduizenden Yaksa’s. Daarom zullen jullie, de Vier grote Koningen, de overwinning behalen met jullie legers en gevolg en talrijke honderdduizenden Yaksa’s wanneer jullie de strijd zullen aangaan met de goden en Asura’s. En de Asura’s zullen verslagen worden. Voorzeker zullen jullie bescherming bieden, bijstand verlenen, verdedigen, vrede en welzijn schenken aan die monniken, nonnen en leken die houders van de voornaamste sūtra’s zijn, ter wille van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s.

Toen de grote koning Vaisravana , de grote koning Dhritarastra, de grote koning Virūdhaka en de grote koning Virūpaksa van hun zetels opstonden met de cape over de schouder, met hun rechter knie op de grond gezeten en met de beide handen een gebaar van eerbied tonend aan de Volkomene, spraken zij aldus tot de Volkomene:
“Overal, Verhevene, waar in toekomstige tijden deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, in dorpen, steden, koloniën, districten, landen, koninklijke paleizen zal rondgaan en welke koning der mensen dan ook die in dat gebied deze sūtra zal ontvangen, Verhevene, daar zal iemand zijn die heerschappij zal uitoefenen volgens ‘de Verhandeling over het Koningschap’, genaamd: “Instructies betreffende Goddelijke Koningen’’, en die zal deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, horen en vereren en zal deze monniken, nonnen, leken die de voornaamste sūtra’s in bewaring hebben, respecteren en vereren en zal hij door de nectar van het voortdurend luisteren naar de Dharma van de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, deze goddelijke lichamen van ons, de Vier grote Koningen, met alle macht vergroten en verheerlijken, samen met onze legers en stoeten en de vele honderdduizenden Yaksa’s. En hij zal ons enorme moed, energie en kracht geven. Door hem zal onze glorie, pracht en praal enorm toenemen. Daarom zullen wij, de Vier grote Koningen, Verhevene, met onze legers en ons gevolg en met honderdduizenden Yaksa’s die over onzichtbare lichamen beschikken, nu en in de toekomst en overal waar we verschijnen in dorpen, steden, nederzettingen, districten, landen en koninklijke paleizen, daar zal deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, rondgaan en zullen wij bescherming bieden, verlossing schenken, bijstand verlenen, afweer bieden, straffen opheffen, het zwaard uitbannen, vrede en welvaart schenken aan hun koninklijke paleizen, landen en regionen. En wij zullen al deze gebieden bevrijden van alle angsten, verdrukkingen en problemen. En we zullen de vijandige buitenlandse legers terugdringen. En mocht er een andere vijandige koning in de buurt van die koning der mensen zijn die luistert naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, en het vereert, en die vijandige koning zou in gedachten hebben om dat gebied met een viervoudig leger binnen te vallen om het te vernietigen, dan zal er inderdaad, Verhevene, op datzelfde moment, door de majestueuze en magische kracht van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, een conflict ontstaan tussen die naburige vijandelijke koning en andere koningen. En er zullen allerlei regionale verstoringen in zijn eigen regio plaatsvinden. Er zullen ernstige problemen met andere koningen ontstaan en ziektes veroorzaakt door planetaire storingen, zullen zich in zijn gebied manifesteren. Honderden verschillende problemen en krankzinnigheden zullen zich in zijn gebied voordoen. En als, Verhevene, in het gebied van die naburige vijandige koning, dan zulke verschillende benauwdheden en honderden verschillende krankzinnigheden oprijzen en als die vijandige koning samen met zijn viervoudige leger van plan is en aanstalten maakt om die regio waar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, aanwezig is, binnen te vallen om het te vernietigen, dan zullen wij, Verhevene, de Vier grote Koningen, met onze legers en gevolg, samen met honderdduizenden Yaksa’s, met onze onzichtbare lichamen daar naartoe gaan. We zullen dat vijandige buitenlandse leger terugdringen naar waar het vandaan kwam. We zullen hen honderden verschillende problemen en krankzinnigheden toebrengen en obstakels creëren zodat dat buitenlandse vijandige leger niet bij machte zal zijn dat gebied binnen te vallen en te plunderen.


6.2 Hoofdstuk over de Vier Grote Koningen

Voorwaar, toen prees de Verhevene deze Vier grote Koningen:
“Bravo, bravo en nog eens bravo, ‘Grote Koningen’, daar jullie ter wille van de (aller)hoogste en volkomen Verlichting, verkregen na ontelbare triljoenen aeonen, bescherming bieden, verlossing schenken, bijstand verlenen, verdedigen, straffen opheffen, vrede en welvaart schenken aan ‘die koningen der mensen’ die deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, horen en vereren, zullen jullie die koninklijke paleizen, steden, landen en die gebieden beschermen, redden, bijstaan, verdedigen, straffen opheffen, vrede en welvaart schenken. Jullie zullen die gebieden van alle angsten, verdrukkingen en problemen bevrijden, (vijandige) buitenlandse legers terugdringen, je krachtig inspannen ruzie, tweedracht en vijandigheid en strijd tussen de koningen van mensen in het gehele Jambudvīpa op te heffen. En omdat dit Jambudvīpa, aan jullie, de Vier grote Koningen, met jullie legers en stoeten toebehoort, zullen de 84.000 koningen in de 84.000 steden zich verheugen in hun heerschappij over hun koninkrijken en de vele stapels goederen en elkaar geen schade berokkenen. Zij zullen het koningschap verkrijgen door het goede karma dat in het verleden door hen is verzameld. Zij zullen tevreden zijn over de heerschappij in hun koninkrijken, elkaar geen schade berokkenen en geen misbruik van anderen maken. En als in dit Jambudvīpa in de 84.000 regionen en steden de 84.000 koningen zich met liefde en mededogen zonder ruzie, twist, vijandelijkheid en strijd toewijden aan het welzijn van alle wezens, dan zal dit Jambudvīpa dat aan jullie, de Vier grote Koningen, met jullie legers en stoeten toebehoort, volop bloeien, overvloedig, gelukkig en vol met mensen en andere wezens zijn. De aarde zal versterkt en vruchtbaarder worden. De seizoenen, maanden, weken en jaren zullen volgens “de natuurlijke tijd” verlopen. Dag en nacht, planeten, gunstige constellaties en gesternte, zon en maan zullen voorspoed schenken.
Op de juiste tijden zal het gaan regenen. De wezens in het gehele Jambudvīpa zullen schatrijk worden. Ze zullen veel plezier maken en niet jaloers zijn. Ze zullen Vrijgevig zijn. Ze zullen het pad van de tien goede daden in de hogere ethiek van lichaam, spraak en geest volgen. De meesten zullen in de hemelen wedergeboren worden en de hemelen zullen vol zijn met goden en goddelijke zonen. Welke koning onder de grote koningen der mensen er dan ook zal zijn die deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s hoort en vereert, en de monniken, nonnen en leken die de houders van de voornaamste sūtra’s zijn, respecteert en vereert en die uit sympathie voor de Vier grote Koningen met hun legers en gevolg en vele honderdduizenden Yaksa’s, voortdurend naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning van de sūtra’s, luistert, zal hij jullie lichamen verzadigen en deze goddelijke lichamen van jullie in omvang doen laten toenemen met grote kracht, door het luisteren naar de nectar van de Dharma. Grote moed, energie en kracht zal hij jullie geven. Glorie, pracht en praal zal hij jullie schenken. Aan mij, Shakyamuni, de Tathagata, de Arhat, de volmaakte Verlichte, zal die koning der mensen ontzaglijk veel hulde bewijzen. Die koning der mensen zal ontzaglijk veel eerbied tonen door allerlei diensten te verlenen aan talrijke triljoenen Tathagata’s van het verleden, heden en toekomst. Daarom zal die koning der mensen goed beschermd worden, gered, zalig verklaard, bijgestaan, verdedigd en van straf vrijgesproken worden en tevens zal er vrede en welvaart geschonken worden. Zijn koningin zal eveneens goed beschermd, gered, zalig verklaard, bijgestaan, verdedigd en van straf vrijgesproken worden, en aan haar zal, samen met de zonen van de koning, de harem en het hele paleis vrede en welvaart geschonken worden. En alle (Bescherm) goden die in dat paleis verblijven, zullen machtiger, krachtiger en begiftigd worden met onvoorstelbare zegeningen en geluk. Zij zullen verscheidene pleziertjes ervaren. De steden, landen en gebieden zullen beschermd, bewaakt en niet bedreigd worden, zonder vijanden zijn, onverslagen door vreemde machten, vrij van ongeluk en problemen.’’

Toen hij dit gezegd had, spraken de vier grote koningen Vaisravana, Dhritarastra, Virūdhaka en Virūpaksa aldus tot de Verhevene:
“Wanneer er, Verhevene, een koning zou bestaan die ernaar zou verlangen om deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, te horen en zou wensen; om goede bescherming te hebben voor zichzelf, zijn koningin, prinsen, prinsessen en zijn hele harem, ongeëvenaarde vrede en welvaart in zijn hele paleis, zijn macht en heerschappij op onvoorstelbare wijze te vergroten, een onvoorstelbaar machtig koningschap te bezitten, een ongelimiteerde hoeveelheid verdiensten (goed karma) te verzamelen, al zijn gebieden te beschermen en te bewaken, zonder bedreigd te worden door vijanden en onverslagen door vreemde machten, geen ongeluk, pech of problemen te hebben, dan moet die koning, Verhevene, met een onverstoorde, geconcentreerde geest vol eerbied en ontzag luisteren naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, en het eer bewijzen. Vervolgens moet die koning der mensen het koninklijke paleis binnengaan, het nauwkeurig besprenkelen met diverse etherische oliën gemengd in water en het bestrooien met diverse bloemen. In dat paleis dat nauwkeurig besprenkeld is met diverse geurstoffen en bestrooid met diverse bloemen moet een hoge zetel van de Dharma, versierd met verschillende sieraden, geplaatst worden. Bovendien moet die plek verfraaid worden met verscheidene parasols, vaandels en vlaggen. Die koning der mensen moet zich goed wassen, nette, geparfumeerde kleding dragen, prachtige gewaden aantrekken, verfraaid met allerlei sieraden. Voor hem zelf moet een lagere zetel geplaatst worden. Wanneer hij op die zetel plaats heeft genomen moet hij niet overmoedig worden door zijn heerschappij. Tevens mag hij geen lust naar koninklijke heerschappij hebben. Hij moet wel luisteren naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, met een geest die vrij is van alle trots, overmoed en hoogmoed. Hij moet in de aanwezigheid van de monnik die de Dharma verkondigt, denken dat die monnik zijn leraar is. De koning der mensen moet op dat tijdstip, genegenheid en liefdevolle vriendelijkheid voelen voor zijn koningin, prinsen en prinsessen en zijn hele harem. Met liefdevolle woorden moet hij met alle leden van zijn harem converseren. Hij moet hen bevelen verschillende eerbewijzen te tonen wegens het vernemen van de Dharma. Hij moet vol van onvoorstelbare, ongeëvenaarde liefde zijn. Hij moet zich gezegend voelen door onvoorstelbare liefde en geluk. Wat zal hij zich gelukkig voelen! Hij moet gaan mediteren op ‘de illusie van het vasthouden aan een onafhankelijk zelf’. Zijn ware, diepste natuur zal dan vervuld van grootse blijdschap zijn. Hij moet opstaan voor die Verkondiger van de Dharma, met een enorme blijmoedige geest.”

Toen dit allemaal gezegd was, sprak de Verhevene aldus tot de Vier grote Koningen:

“Bovendien, oh grote Koningen, moet op dat moment de koning der mensen zichzelf geheel in het wit kleden, zich in nieuwe schitterende gewaden steken, zich uitdossen met diverse sieraden en versieringen, voorzien zijn van witte parasols en dan zijn paleis verlaten met grote koninklijke macht, met een groot gevolg van vorstelijke personen en de acht verschillende gelukstekens (Ashtamangala’s) meenemen. Vervolgens moet hij de monnik, die de Dharma verkondigt, opzoeken. Maar waarom? Hoeveel stappen de koning der mensen naar hem zal zetten [evenzo vele triljoenen Boeddha’s zal hij gunstig stemmen], evenzo vele triljoenen aeonen zal hij bevrijdt zijn van het cyclisch bestaan en net zoveel triljoenen paleizen van Chakravartin koningen zal hij verkrijgen. Hoeveel stappen hij dan ook daarheen mocht wagen, evenzo zal zijn koninklijke heerschappij over zovele recente machthebbers met onvoorstelbare kracht toenemen. In vele triljoenen aeonen zal hij voorname verblijfplaatsen, goddelijke paleizen, vervaardigd uit de zeven juwelen, vele honderdduizenden edele goddelijke en menselijke paleizen verkrijgen. Hij zal grote heerschappij in al zijn toekomstige geboortes verwerven, een lang leven hebben, welbespraakt zijn, één zijn in woord en daad, beroemd zijn, over een grootse reputatie beschikken, prijzenswaardig geacht worden en gezegend worden in de wereld van de goden, mensen en Asura’s. Hij zal de allerhoogste zegeningen van goden en mensen ontvangen. Hij zal grote macht bezitten. Hij zal de macht en kracht van een grote olifant en een knap uiterlijk hebben. Hij zal beminnelijk zijn en er goed uitzien. Hij zal de allermooiste (huids)kleur bezitten. In al zijn toekomstige levens zal hij Tathagata’s ontmoeten. Hij zal over iedere goede spirituele adviseur kunnen beschikken. Hij zal een onbegrensde hoeveelheid verdiensten verzamelen. Oh, grote Koningen, nu u deze zegeningen ziet, die voortkomen uit verdiensten, moet de koning een verbond met de Verkondiger van de Dharma aangaan. Hij moet met hem honderdduizend verbintenissen sluiten.
In de aanwezigheid van die Verkondiger van de Dharma, moet hij deze Verkondiger als zijn leraar beschouwen. Hij moet aldus denken:
‘Vandaag zal Shakyamuni, de Tathagata, de Arhat, de volkomen Verlichte mijn paleis binnen treden. Vandaag zal Shakyamuni, de Tathagata, de Arhat, de volkomen Verlichte, hier in mijn paleis zijn maaltijd nuttigen.Vandaag zal ik van Shakyamuni, de Tathagata, de Arhat, de volkomen Verlichte, de Dharma vernemen, die onacceptabel voor de wereld is*.

*de Leer die tegen de stroom van de Wereld van Begeerte (Mara) ingaat, de Wereld die onder invloed van Verkeerde Zienswijzen geen enkele Leer wil horen of begrijpen die hier tegenin gaat.

Vandaag zal ik door het luisteren naar de Dharma een ‘niet-terugkerende’ (onomkeerbaar) worden in de (aller)hoogste en volkomen Verlichting. Vandaag zal ik mij verzoenen met vele triljoenen Tathagata’s en hen gunstig stemmen. Vandaag zal ik onvoorstelbaar veel eerbewijzen brengen aan de Boeddha’s van het verleden, heden en toekomst. Vandaag zal ik alle leed in alle lagere bestaanswerelden, zoals in de hellen, in het dierenrijk en in de wereld van Yama (het dodenrijk) volledig vernietigen. Vandaag zal ik de zaden planten die de bron van de verdiensten zullen zijn voor het verkrijgen van vele triljoenen lichamen met de heerschappij van Brahma-koningen. Vandaag zal ik de zaadjes planten die de bron van verdiensten zullen vormen voor het verkrijgen van vele triljoenen lichamen die in de positie van Shakra verkeren. Vandaag zal ik de zaadjes planten die de bron van verdiensten zullen zijn voor het verkrijgen van vele triljoenen lichamen met de heerschappij van een Chakravartin-koning*. Vandaag zal ik vele triljoenen moeder-voelende wezens uit de oceaan van het cyclische bestaan redden. Vandaag zal ik onvoorstelbaar veel verdiensten verzamelen die niet meer te tellen en grenzeloos zijn. Vandaag zal ik mijn gehele harem streng laten beveiligen. Vandaag zal ik hier in het paleis onvoorstelbaar grote, ongeëvenaarde vrede en welvaart brengen. Vandaag zal ik mijn gehele gebied beschermen. Ik zal het bewaken, vrij maken van bedreigingen door vijanden, en onverslagen door alle vreemde machten die er bestaan. Ik zal het bevrijden van alle rampspoed, leed en problemen! En als, grote Koningen, die koning der mensen met dezelfde eerbied voor de Dharma, die monniken, nonnen en leken die de houders van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, zouden respecteren, vereren en eerbiedigen en ze zouden aan jullie, de Vier grote Koningen, het beste deel van de door hen vergaarde verdiensten geven, dan zal door de Vier grote Koningen met hun legers en gevolg, massa’s goden, en vele honderdduizenden Yaksa’s, die koning der mensen door zijn grote verzamelingen verdiensten en goede karma, enorme voorspoed ervaren in zijn huidige, onvoorstelbare, grote koninklijke heerschappij. Zijn verdiensten, deugden, macht en heerschappij zullen geweldig toenemen en hij zal altijd een goed en gezond lichaam (en geest) hebben. Hij zal begiftigd worden met de allernieuwste, onvoorstelbare, grootse koninklijke pracht en praal. Bovendien zal hij verfraaid zijn met roem, uitzonderlijke begaafdheid, pracht en praal. Al zijn tegenstanders en vijanden zullen volledig verslagen worden in overeenstemming met de Dharma.’’’

*Chakravartin: Koning die het wiel van de Dharma in beweging zet. Zij leven enkel in tijden wanneer de mensen in deugdzaamheid leven en hun levensspan meer dan 80.000 jaren bedraagt, maar daar bezitten de mensen in dit gedegenereerde tijdperk het verdienstelijke Karma niet voor.
[In de Sumerische tijdstabellen staan ook levensspannen van ‘god-koningen’ weergegeven op Kleitabletten die regeringsperiodes van soms zo’n 60.ooo jaar aangeven, en die al leefden op deze Aarde vanaf zo’n 450.000 v Chr. tot aan de Zondvloed (10.800 v Chr.) en ver daarna…; zie de boeken van Zecharia Sitchin; the 12th Planet, Earth Chronicles and the Cosmic code]
Er bestaan 4 van dergelijke vorsten, ieder met een kostbaar wiel van goud, zilver, koper of ijzer. Die vorsten regeren over de 4 grote gebieden, noord, zuid, oost en west. De vorst van het gouden wiel regeert de hele wereld; de vorst van het zilveren wiel de oostelijke, westelijke en zuidelijke regionen; de vorst van het koperen wiel het oosten en zuiden; de vorst van het ijzeren wiel alleen het zuiden. Hun functie is om over hun onderdanen volgens de Dharma te regeren.

Toen hij zo gesproken had, zeiden de Vier grote Koningen het volgende tegen de Verhevene:
“Wanneer er, Verhevene, een koning der mensen zou zijn, die naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, luistert met dezelfde eerbied en respect voor de Dharma en hij zou die monniken, nonnen en leken die de houders van de voornaamste sūtra’s zijn, eren, vereren, respecteren en ontzag voor hen hebben en hij zou zijn paleis volledig gezuiverd hebben ter wille van ons, de Vier grote Koningen en als hij het zou besprenkelen met diverse geparfumeerde wateren en samen met ons, de Vier grote Koningen naar de Dharma luisteren, omwille van zichzelf en alle goden zelfs een klein gedeelte van zijn verdienste zou weggeven, dan zou deze koning der mensen, onmiddellijk nadat de monnik die de Dharma verkondigt en bij de zetel van de Dharma is aangekomen en erop is gaan zitten, de verspreiding van verscheidene geurstoffen (wierook) veroorzaken. Zodra hij de verspreiding van de verscheidene geurstoffen heeft veroorzaakt, Verhevene, ter wille van het eren van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, zullen er kruipplanten uit voortkomen die verschillende geuren en odeurs hebben, die naar de hemel stijgen. Op datzelfde ogenblik, in diezelfde seconde zullen er in de lucht boven meerdere paleizen van ons, de Vier grote Koningen, parasols oprijzen van kruipplanten die verschillende heerlijke geuren verspreiden. Zij zullen verrukkelijke geuren ruiken. Goudkleurige lichten zullen er schijnen. En door al dat licht zullen onze woningen worden verlicht. Er zullen uit kruipplanten parasols voortkomen met verschillende heerlijke geuren. Zij zullen verrukkelijk ruiken. Er zullen goudkleurige lichten schijnen. En door dat licht zullen onze woningen worden verlicht. En op datzelfde moment, Verhevene, zullen er parasols uit kruipplanten ontstaan, die verscheidene heerlijke geuren verspreiden in de lucht boven de verschillende paleizen van Brahma, de Heer van ‘de Sfeer van Verlangen’, van Shakra, Koning van de goden, van Sarasvatī, de grote koningin, van Dridha, de grote godin, van Sri, de grote godin, van Samjñaya, de grote generaal van de Yaksa’s, van ‘de Acht en Twintig’ grote generaals van de Yaksa’s, van Maheshvara, de goddelijke zoon, van Vajrapani, de grote generaal van de Yaksa’s, van Manibhadra, de grote generaal van de Yaksa’s, van Harītī met haar gevolg van Vijfhonderd zonen, van Anavatapta, de grote koning van de Naga’s en van Sagara, de grote koning van de Naga’s. En zij zullen de verscheidene verrukkelijke geuren (aroma’s) ruiken. En er zullen goudkleurige lichten zichtbaar worden in hun verblijven. Door dit licht zullen al hun verblijven worden verlicht.’’

Toen dit gezegd was, sprak de Verhevene aldus tot ‘de Vier Grote Koningen’:
“Er zullen niet alleen parasols ontstaan uit kruipplanten die verschillende heerlijke geuren verspreiden boven jullie verblijven in de hemelen, grote Koningen, de Vier grote Koningen. Waarom is dat zo? Zodra, grote Koningen, deze verscheidene parfums verspreid zijn door die koning der mensen door het vereren van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, en er rijzen kruipplanten op die verschillende heerlijke geuren verspreiden uit die ene lepel met parfum die hij in zijn hand genomen heeft, dan zullen er op datzelfde ogenblik, in deze gehele drieduizendvoudige* maal vele duizenden wereldsystemen, waarin honderdmiljoen [en meer…] manen, zonnen, grote oceanen, Sumeru’s; Koningen van de bergen, Chakravada’s en Mahachakravada’s; Koningen van het gebergte, werelden met de vier grote continenten, goden behorend tot de groep van goden van ‘de Vier grote Koningen’, de Drieëndertig-goden, de Yama-goden, de Tushita- goden, Nirmanarati-goden, de Paranirmitavashavartin-goden, goden die verblijven in het stadium van de eindeloze Ruimte, goden die verblijven in het stadium van eindeloos (puur) Bewustzijn, goden die verblijven in het stadium van het Niets, goden die verblijven in het stadium van noch Bewustzijn noch geen-Bewustzijn, onder al deze in deze drieduizendvoudige maal vele duizenden wereldsystemen, onder honderden miljoenen groepen van ‘Drieëndertig goden’ en in de lucht boven de verscheidene verblijven van alle verschillende groepen goden, de Naga’s, Yaksa’s, Gandharva’s, Asura’s, Garuda’s, Kimnara’s en Mahoraga’s, parasols ontstaan uit kruipplanten van verschillende heerlijke geuren. En zij zullen verrukkelijke geuren ruiken. In de woningen van alle goden zullen goudkleurige lichten zichtbaar worden. En door dat licht zullen de woningen van alle goden worden verlicht. En net als in hemelen boven de woningen van alle goden in de drieduizendvoudige maal vele duizenden wereldsystemen zullen deze parasols van kruipplanten met verschillende heerlijke geuren oprijzen. Dus, Grote Koningen, door de kracht van de schittering van deze Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, zullen er zodra de verschillende parfums verspreid zijn door de koning der mensen door het vereren van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, kruipplanten voortspruiten die verschillende geuren zullen verspreiden. Op datzelfde moment zullen er in al de tien richtingen in de talrijke wereldsystemen in de zovele triljoenen ‘Zuivere Landen’ van de Boeddha’s als er zandkorrels in de Ganges zijn, parasols in de lucht oprijzen die bestaan uit kruipplanten van verschillende geuren, net zoveel als er vele triljoenen Tathagata’s zijn, gelijk aan alle zandkorrels in de Ganges. En onder deze talrijke triljoenen Boeddha’s zal men verschillende verrukkelijke geuren ruiken. Goudkleurige lichten zullen zichtbaar worden. En door al dat licht zullen al die vele triljoenen ‘Zuivere Boeddha-Landen’, zo talrijk als alle zandkorrels in de Ganges, oplichten.

*Skr. Trisahasra-Mahasahasra-Lokadhatu. Er worden drie ‘Wereld-Elementen’ (Lokadhatu) onderscheiden:1. De kleine Chiliokosmos, die bestaat uit duizend Wereldbergen met ieder vier Continenten, Sub-continenten etc. 2. De middelste Chiliokosmos, die bestaat uit duizend x duizend van zulke Wereldsystemen. 3. De grote Chiliokosmos, die duizend x duizend x duizend van zulke kleine Wereldsystemen omvat, wordt hier (in overeenstemming met J. Nobel) als de ‘drieduizendvoudige maal vele duizenden Wereldsystemen’ aangeduid. (s. A.J. Nobel, S.16 f.)

Zodra, grote Koningen, deze en soortgelijke grote wonderen zich hebben voorgedaan, zullen vele triljoenen Tathagata’s, zoveel als er zandkorrels in de Ganges zijn, denken aan ‘die Verkondiger van de Dharma’ en zullen hem prijzen en gelukwensen: ‘Bravo, bravo, beste broeder! Nogmaals bravo, beste broeder, daar jij de wens hebt om op deze manier tot in detail deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, bekend te maken, waarvan de betekenis zo diepzinnig is, waarvan de luister zo diep is en die zo begenadigd is met ondenkbare verdiensten. En die wezens die enkel luisteren naar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, zullen niet begenadigd worden met minder verdiensten, niet minder dan zij die het opnemen*, het in bewaring hebben, het reciteren, het begrijpen, het in zichzelf realiseren en het tot in de details uitleggen in de bijeenkomst. Waarom is dat zo? Zodra, beste broeder, zij de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s horen, zullen talrijke triljoenen Bodhisattva’s ‘Onomkeerbaar’ op het Pad naar de allerhoogste en volmaakte Verlichting worden.’’’

Voorwaar, toen spraken die talrijke triljoenen Tathagata’s aan alle kanten in de tien richtingen in zovele triljoenen Boeddha-Landen als dat er zandkorrels in de Ganges zijn, ieder gevestigd in zijn Boeddha-Land, op dat moment met één stem, als één weergalmend geluid, aldus tot de monnik die de Dharma verkondigde op de zetel van de Dharma:

*Vanwege hun altruïstische motivatie en de juiste intentie waarmee zij naar deze Suvarnabhasa luisteren, worden talrijke triljoenen Bodhisattva’s “Onomkeerbaar” op het Pad naar de volmaakte Verlichting. “Hij die zoekt en niet werkelijk verlangt, zal niet vinden, al wordt het hem in de hand gegeven. Maar zoekt hij het allerzeldzaamste ter wereld met oprecht verlangen, dan zal hij het ontdekken, al ligt het onder de Bergen begraven.” De Boeddha zei: “Ik kan je slechts de Weg wijzen, maar die zul jezelf moeten bewandelen!”


6.3 Hoofdstuk over de Vier Grote Koningen


“Je zult in de toekomst, eerwaarde broeder, naar de zetel van de Verlichting komen. Je zult hoog op de uitmuntende zetel van de Verlichting aan de voet van de Koning der bomen gaan zitten en Vermogens (siddhi’s) tonen die verkregen zijn door de kracht van geloften, beoefeningen en louteringen (tapas), door bijzondere zegeningen en door vele triljoenen moeilijke en de meest wonderbaarlijke daden te verrichten die alle wezens overtreffen in de gehele drievoudige Wereld. Je zult de zetel van de verlichting geheel versieren. Je zult, beste broeder, alle drieduizendvoudige maal vele duizenden wereldsystemen bevrijden. Tegen de voet van de Koning der bomen gezeten, beste broeder, zul je het onvoorstelbare leger van MĿra verslaan, die een erg beangstigend uiterlijk heeft, een hoogst angstaanjagende verschijning met verschillende verminkte vormen. Bovenop de zetel der Verlichting, beste broeder, zul je de volkomen Verlichting bereiken die ongeëvenaard, kalm, zuiver, diepgaand en het hoogste is wat een voelend wezen kan bereiken. Gezeten, eerwaarde broeder, op de Diamanten zetel* die stevig en standvastig is, zul je het Wiel van de hoogste Dharma draaien, wat geprezen wordt door alle Boeddha’s; buitengewoon diepzinnig is de leer van de Twaalf Schakels** van Afhankelijk Ontstaan. Jij zult, beste broeder, op de opperste (gouden) trommel van de Dharma slaan. Eerwaarde broeder, je zult op de verheven Schelphoorn (Sankha) blazen, die alle kwaad verdrijft en de glorie van de heiligen aankondigt. Jij zult, eerwaarde broeder, het Vaandel (Dhvaja) van de overwinning van de leer van de Boeddha doen rijzen. Jij zult het hoogste licht van de Dharma ontsteken, eerwaarde broeder. Jij zult de hoogste leringen (de Dharma) overal naartoe verspreiden, eerbiedwaardige broeder. Jij zult vele honderdduizenden kwellingen uitroeien, beste broeder. Jij zult, eerwaarde broeder, vele triljoenen voelende wezens uit de vreselijke oceaan van angst bevrijden. Jij, eerwaarde broeder, zult vele triljoenen wezens bevrijden van het rad van het cyclisch bestaan. Jij zult, eerbiedwaardige broeder, de vele triljoenen Boeddha’s allemaal gunstig stemmen.’’
Toen dit gezegd was, spraken de Vier grote Koningen aldus tot de Verhevene:
“Verhevene, uit mededogen voor de koning der mensen, die deze en soortgelijke huidige en toekomstige verdiensten ziet in de koning der sūtra’s en verdiensten heeft gezaaid onder duizenden Boeddha’s; nu wij zijn oneindige stapel verdiensten zien, zullen wij, Verhevene, de Vier grote Koningen, met onze legers en stoeten, samen met vele honderdduizenden Yaksa’s, zodra we in onze eigen verblijfplaatsen worden aangespoord door de parasols die ontstaan zijn uit kruipplanten en die verschillende parfums en geuren afgeven, met onzichtbare lichamen het schone paleis van die koning der mensen, dat goed besprenkeld is met water van diverse parfums en verfraaid met allerlei versieringen, benaderen en binnengaan, om naar de Dharma te luisteren.

*de Diamanten zetel (der Verlichting); wordt ook aangeduid als de Vadjra-Troon (der Verlichting).
**Zie Hoofdstuk 17: verzen 193-194 (over de Twaalf Schakels van Afhankelijk-Ontstaan).

Brahma, de Oppergod van onze “Sfeer van Verlangen”, Indra, de Koning van de goden, Shakra, Koning van de goden, Sarasvatī, de grote godin, Sri, de grote godin, Dridha, de Aarde-godin, Samjñaya, de grote generaal van de Yaksa’s, de Acht en Twintig grote generaals van de Yaksa’s, Maheshvara, de goddelijke zoon, Vadjrapani, de heer van de Yaksa’s, Manibhadra, de grote generaal van de Yaksa’s, Harītī met haar Vijfhonderd zonen, Anavatapta, koning der Naga’s, Sagara, koning der Naga’s en vele triljoenen goden met onzichtbare lichamen, zullen komen om naar de Dharma te luisteren. Voor het paleis van die koning der mensen dat geheel verfraaid is met allerlei soorten versierselen, zal voor de Verkondiger van de Dharma een zetel (Dharma-Troon) aangeschaft worden, die door en door versierd is met verschillende verfraaiingen en die zal hoog geplaatst worden op een plek die bestrooid is met bloemen. Wij, Verhevene, de Vier grote Koningen met onze legers en stoeten, met vele honderdduizenden Yaksa’s zullen dan tevreden zijn. Zodra we verzadigd zijn door de nectar van de Dharma die daar onderwezen wordt, zullen wij die koning der mensen die een goede spirituele adviseur aan zijn zijde en als metgezel heeft, beschermen. We zullen hem bevrijden, bijstaan, verdedigen, vrede en welvaart schenken. En we zullen zijn paleis, stad en gebieden beschermen. Bovendien zullen wij die gebieden bevrijden van alle verdrukkingen, ongelukken en problemen.

Wanneer er een koning der mensen zou zijn, die in een gebied zou komen waar deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, aanwezig is, en als, Verhevene, deze koning der mensen, die monniken, nonnen en leken die de houders van de uitmuntende Suvarnabhasa zijn, de koning der sūtra’s, niet zou respecteren, eren en hulde zou bewijzen, zich niet verzadigd zou voelen door de nectar van de Dharma, geen enkel eerbied zou tonen voor het vernemen van de nectar van de Dharma, dan zullen deze goddelijke lichamen van ons, de Vier grote Koningen, met onze legers en stoeten en de vele triljoenen Yaksa’s, niet toenemen met grote macht, moed, energie en kracht. Onze lichamen zouden niet toenemen in glans, glorie en pracht en wij zullen, Verhevene, de Vier grote Koningen met onze legers en stoeten, samen met vele triljoenen Yaksa’s, dit gebied negeren. Als wij, Verhevene, dit gebied negeren, dan zullen de groepen goden die verblijven in alle gebieden, dit gebied eveneens negeren. Als de goden, Verhevene, het gebied negeren, zullen er in dat gebied verschillende regionale verstoringen ontstaan. De wezens in alle gebieden zullen twistziek worden. Zij zullen gaan redetwisten. Verscheidene ziektes te wijten aan ongunstige negatieve planetaire constellaties, zullen dat gebied treffen. Uit diverse richtingen zal het kometen en meteoren regenen, [de boodschappers (voortekenen) van groot onheil]. Planeten en gesternte geraken in disharmonie met elkaar. De zon zal (nog) gezien worden tijdens de opkomst van de maan. Er zullen zonsverduisteringen en maaneclipsen te zien zijn. De zon en de maan zullen voortdurend geteisterd worden door Rahu, (de Opperheer van de Navagraha’s). De ganse tijd zullen er diverse regenbogen in de lucht te zien zijn. Er zullen aardbevingen zijn. De waterbronnen in de aarde zullen opdrogen en verdwijnen. Het gebied zal door storm en hevige regenval getroffen worden. Er zal hongersnood ontstaan en buitenlandse machten zullen het gebied veroveren en vernietigen. Het gebied zal uitgeroeid worden en die wezens zullen veel problemen hebben. [Dat gebied zal in een ongelukkige staat verkeren] Als, Verhevene, wij, de Vier grote Koningen, met onze legers en stoeten, met vele honderdduizenden Yaksa’s en de groepen goden die verblijven in dat land en dat land negeren, dan zullen er in dat land honderden of duizenden van deze en soortgelijke rampspoeden plaatsvinden.

Maar wanneer er, Verhevene, een koning der mensen zou zijn die ernaar zou verlangen scherp bewaakt te worden, diverse koninklijke zegeningen en geluk te ontvangen, met een gezegende geest grote heerschappij uit te oefenen, alle wezens in alle gebieden gelukkig te maken, alle buitenlandse legers te verslaan, zijn hele gebied voor lange tijd te beschermen, heerschappij uit te oefenen d.m.v. de Dharma, zijn gebied te bevrijden van alle angsten, verdrukkingen, ongeluk en problemen, dan moet die koning der mensen, Verhevene, zeer zeker deze uitmuntende Suvarnabhasa horen, de koning der sūtra’s. Vervolgens moet hij hulde bewijzen aan die monniken, nonnen en leken die de houders van de voornaamste sūtra’s zijn en hen respecteren en vereren. Wij, de Vier grote Koningen, met onze legers en stoeten, zullen volledig verzadigd zijn door deze opeenstapeling van verdiensten die ontstaan is door naar de Nectar van de Dharma te luisteren. En onze goddelijke lichamen zullen krachtiger schitteren. Hoe kan dat? Omdat, Verhevene, die koning der mensen dan zeer zeker deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, gehoord zal moeten hebben. Hoewel, Verhevene, Brahma diverse wereldse en bovenwereldse Verhandelingen heeft uiteengezet, Shakra, de koning der goden, vele verschillende Verhandelingen heeft verklaard, veel wereldse en bovenwereldse Verhandelingen verklaard zijn door diverse Zieners die de vijf soorten bovennatuurlijke kennis bezitten, [is deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, superieur aan hen allemaal en veel bijzonderder] Verhevene, superieur aan de honderdduizenden Brahma-koningen, de vele triljoenen Shakra’s en Indra’s en de triljoenen Zieners die de vijf soorten bovennatuurlijke kennis bezitten, is de Tathagata, die voor het welzijn van alle voelende wezens deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sutra’s, tot in de details uitlegt, zodat de koningen der mensen in het gehele Jambudvīpa hun heerschappij kunnen uitoefenen, waardoor alle wezens gezegend zullen worden. [Moge daarom het eigen gebied en alle gebieden beschermd, bewaakt] en niet bedreigd of aangevallen worden, vrij zijn van vijanden, alle buitenlandse machten verslagen en teruggedrongen worden, die gebieden vrij van rampspoed en problemen worden, er totale vrijheid van religie heersen in alle gebieden, het grote licht (de lamp) van de Dharma door die koningen der mensen ontstoken worden in al hun verschillende gebieden, de Verblijven en Toevluchtsoorden van alle goden gevuld worden met goden en hun (goddelijke) Zonen. En dat wij, de Vier grote Koningen, met onze legers en stoeten, de vele honderdduizenden Yaksa’s en de massa’s goden in het gehele Jambudvīpa verzadigd en gunstig gestemd zullen zijn, [dat onze goddelijke lichamen (nog) meer licht zullen gaan uitstralen] en onze moed, kracht, energie, glans, glorie, pracht en praal enorm zal toenemen. Moge het gehele Jambudvīpa overvloedig, gelukkig en vol met mensen worden. Moge de wezens in het ganse Jambudvīpa gezegend worden, diverse pleziertjes ervaren, de wezens gedurende vele triljoenen aeonen onvoorstelbare verheven zegeningen ontvangen, ontmoetingen met Boeddha’s hebben en in de toekomst de allerhoogste en volmaakte Verlichting verkrijgen. Dit alles is te danken aan de Verhevene, de Tathagata, de Arhat, de volledige Verlichte. Door de Kracht van zijn Mededogen waardoor allen gezegend worden [die de triljoenen Brahma-goden te boven gaat], met de kennis die de Tathagata bezit die ongeëvenaard is en de goddelijke kennis van de vele triljoenen Shakra’s overtreft en met de zegeningen en vermogens (siddhis) ontstaan uit ascese, die de diverse vele triljoenen groepen Zieners, die allemaal de vijf soorten bovennatuurlijke kennis bezitten te boven gaat, heeft de Bhagavan, de Tathagata, de Arhat, de volmaakte Verlichte, in detail deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, uitgelegd hier in dit Jambudvīpa voor het welzijn van alle voelende wezens. Welke wereldse of bovenwereldse koninklijke Verhandelingen en Teksten in het gehele Jambudvīpa zijn rond gegaan waardoor deze voelende wezens gezegend zijn, zij zijn allemaal geopenbaard en uiteengezet door de Bhagavan, de Tathagata, de Arhat, de volmaakte Verlichte, in deze uitmuntende SuvarnabhĿsa, de koning der sūtra’s. Om deze reden moet de koning der mensen zeer zeker, deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, respecteren, vereren en hulde bewijzen.”

Toen dit allemaal gezegd was, sprak de Verhevene aldus tot de Vier grote Koningen:
“Daarom zullen de Vier grote Koningen zeer zeker ijveren voor het welzijn van die koningen der mensen die deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, horen, eren en vereren. En, oh die grote Koningen, zullen die monniken, nonnen en leken die de houders van de voornaamste sūtra’s en de (wel)daden van de Boeddha’s zijn, ondersteunen. Zij zullen de daden die de Boeddha verricht heeft (ook) uitvoeren in deze wereld van goden, mensen en Asura’s. Zij zullen de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s tot in de details uitleggen. De Vier grote Koningen moeten zeer zeker die monniken, nonnen en leken die de voornaamste houders van de sūtra’s zijn, beschermen, verdedigen, bevrijden, bijstaan, vrede en welvaart schenken, zodat zij beschermd en verdedigd worden, geen rampspoed of problemen hebben en gelukkig zullen zijn, om in staat te zijn tot in de details aan de voelende wezens deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, uit te leggen.”

Voorwaar, toen de grote koning Vaisravana, de grote koning Dhritarastra, de grote koning Virūdhaka en de grote koning Virūpaksa van hun zetels opstonden, de schouder bedekt met hun mantel, gehuld in hun gewaden en hun rechter knie op de grond geplaatst, met hun handen een eerbiedig gebaar naar de Verhevene maakten en zich ter aarde wierpen, prezen zij op dat moment de Verhevene met de volgende verzen:

“Oh Boeddha, uw lichaam is
zo helder als de maan.
U schittert als duizend zonnen.

Uw ogen hebben de glans
van een zuivere lotus.
Oh Boeddha, u bezit een gebit
vol met stralende witten tanden,

Uw verdiensten zijn zo talrijk
als de druppels in de oceaan,
evenwel een onuitputtelijke bon
van verdiensten behoort u toe.*

U bent een oceaan van kennis,
vol met vele honderdduizenden meditaties.
In uw voetzolen staat het teken
van het Wiel van de Dharma.**

In uw handen en voeten staat
de knoop zonder einde*** afgebeeld.
De knoop in uw voetzolen lijkt op
die in de voeten van de Heer der ganzen.

*Zie Hoofdstuk 4: vers 50

** Dharmachakra: het symbool van de overwinning over de zes bestaanswerelden (alles binnen de velg) en de Drie Sferen; de Sfeer van Verlangen, de Vorm- en Vormloze Sfeer. De acht spaken vertegenwoordigen het Achtvoudige Pad, de voorschriften van de Boeddha om de oorzaken van het lijden op te heffen.

***Shrivasta: de knoop zonder einde, die een lang leven en nooit-eindigende Liefde symboliseert.

Wij aanbidden u, Boeddha,
als de Heer van de gouden Bergen,
zo puur als goud.
En u vertoont eveneens alle kwaliteiten
die de heilige berg Meru* bezit.

Wij aanbidden U, de zuiverste Boeddha,
die als de hemelsblauwe lucht
op een stralende (wolkenloze) herfstdag is
en u gelijkt op de maan,
de TathĿgata-maan, onaangetast.

Gelijk de oneindige reflecties
van de maan in het water,
dolen de wezens, verloren en verblind
door hun projecties, uit onwetendheid
eindloos rond in het cyclisch bestaan.”

Voorwaar, toen sprak de Heer de Vier Koningen als volgt toe:

“De Allerbeste koning der sūtra’s,
deze uitmuntende Suvarnabhasa
van de Boeddha’s met de tien-krachten,
moet door jullie, de Wereldbeschermers,
met alle macht en kracht beschermd worden.

Moge, aangezien dit juweel van een sūtra
zeer diepzinnig is en zegeningen schenkt
aan alle voelende wezens,
lang voort blijven bestaan in dit Jampudvīpa
voor het welzijn en de zegeningen
van alle voelende wezens.

Door zijn kracht is in alle drieduizendvoudig
maal vele duizenden wereldsystemen,
alle leed in de lagere bestaanswerelden
en in de hellen opgeheven.

*De heilige Berg Meru of Sumeru is het Middelpunt van de wereld, volgens de Kosmologie van de Abhidharmakosha. Hij bestaat uit o.a: Goud, Zilver, Lapis lazuli en Robijn. In India wordt Meru of Kailash ook wel de (voormalige) Noordpool genoemd, en dit kan te maken hebben met de Poleshift/Aardaskanteling, die in de Ijstijd (omstreeks 10860 vC) heeft plaatsgevonden, en waardoor de Polen
van plaats verwisselden. Sindsdien is Polaris (van de Grote Beer) onze Poolster, en werd Draco richting China verdreven.

En mogen alle koningen hier in dit Jambudvīpa
met grote vreugde hun gebieden beschermen
door de kracht van de Dharma.

Moge door zijn kracht
dit ganse Jambudvīpa vredig,
overvloedig en genietbaar worden
en alle wezens in het gehele Jambudvīpa
gezegend worden.

Deze koning der sūtra’s moet gehoord worden
door die koning der mensen die zijn gebied,
welvaart, koningschap en heerschappij liefheeft.

Deze koning der sūtra’s veroorzaakt
de vernietiging van vreemde vijanden,
brengt buitenlandse legers zware nederlagen toe,
verwijdert de grootste angsten en rampspoeden
en is de oorzaak van het hoogste goed.

Zoals de [wensvervullende] juwelenboom schittert,
in een goed huis staat en allerlei verdiensten levert,
op dezelfde wijze moet deze koning der sūtra’s
beschouwd worden door hen die naar dezelfde
verdiensten hunkeren als waar koningen naar streven.

Moge, precies zoals iemand die verdrukt
door de hitte en verlost wordt
van hevige dorst door ijskoud water,
deze koning der sūtra’s
de koningen der mensen
van deugden en zegeningen voorzien.

Voor massa’s koningen
is de uitmuntende Suvarnabhasa,
de koning der sūtra’s,
te vergelijken met een schatkistje vol juwelen
waarin zich elk juweel bevindt,
die hij in de palm van zijn hand houdt.

Deze koning der sūtra’s is vereerd door massa’s goden,
gehuldigd door de Koning der goden en beschermd
door de vier Wereldbeschermers die over
grote magische krachten beschikken.

Deze koning der sūtra’s
wordt voortdurend bewaakt
door de Boeddha’s in de tien richtingen.
De volmaakte Verlichten feliciteren
diegene die deze sūtra uiteenzet.

Vele honderdduizenden Yaksa’s
beschermen het gebied in de tien richtingen
waar zij deze koning der sūtra’s horen
met een vreugdevolle en gelukkige geest.

Er bestaan onvoorstelbaar veel
menigten goden in Jambudvīpa.
Moge al de massa’s goden
deze sūtra vol blijdschap aanhoren.

Door het aanhoren van deze Dharma
verkrijgen zij grootse schittering en moed.
En zo creëren zij de oorzaken
die hun goddelijke lichamen
met enorme macht en kracht doen toenemen.”

Voorwaar, toen de Vier grote Koningen, deze en soortgelijke verzen in de aanwezigheid van de Volkomene hadden gehoord, waren ze verbaasd, verwonderd en verrukt. In een enkel moment waren zij zo diep bewogen door de kracht van deze Dharma, dat zij tranen vergoten. Rechtop staand met trillende ledematen, begiftigd met onvoorstelbare blijdschap, geluk en vreugde, bestrooiden zij de Verhevene, de Volkomene met goddelijke mandarava bloemen. Nadat zij die bloemen uitgestrooid hadden, stonden zij op van hun zetels, bedekten ze hun schouder met een mantel, plaatsten ze hun rechter knie op de grond en maakten ze een eerbiedig gebaar naar de Verhevene en spraken ze aldus tot de Verhevene:
“Wij, Bhagavan, de Vier Grote Koningen, met onze legers en stoeten, met vele honderdduizenden Yaksa’s, zullen voortdurend verbonden zijn met de monnik die de Dharma verkondigt, omwille van het eren en beschermen van die Verkondiger van de Dharma.”

Zo (eindigt) het zesde hoofdstuk, het Hoofdstuk over de Vier Grote Koningen, in de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s.


<< Prev   Table of Contents   Next >>