De Sūtra van het Gouden Licht



7. over Sarasvati

Voorwaar, toen bedekte Sarasvatī, de grote godin, haar schouder met haar gewaad, en met haar rechter knie op de grond geknield, groette ze de Verhevene eerbiedig en sprak aldus tot de Verhevene:

“Ik, de grote godin Sarasvatī, Verhevene, zal de monnik die de Dharma verkondigt, welsprekendheid schenken. En ik zal hem de kracht van een groot concentratievermogen (dharani) schenken en hem een mantra geven. Ik zal hem welbespraakt maken. Ik zal de monnik die de Dharma verkondigt grootse kennis (wijsheid) schenken. Welke woorden of letters er (in verloop van tijd) dan ook van deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, verloren zullen zijn; ik zal deze monnik die de Dharma verkondigt al wat ontbreekt aan de juiste woorden en letters (tekst) aanreiken. En ik zal hem, om te voorkomen dat hij zijn geheugen verliest, een groot concentratievermogen (dharani) schenken, zodat deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, niet (spoedig) zal verdwijnen en lang mag blijven voortbestaan in dit Jambudvīpa voor het welzijn van alle voelende wezens die verdiensten hebben verzameld onder duizenden Boeddha’s. En mogen daardoor de talloze voelende wezens, die deze uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s, gehoord hebben, over onvoorstelbare, diepzinnige wijsheid en kennis beschikken, zodat zij een lang leven, (geluk) en voorspoed zullen hebben, hen diverse hulp in het leven geboden zal worden en zij grenzeloze hoeveelheden verdiensten mogen verkrijgen, [zodat zij vaardig zullen worden in diverse disciplines], diepgaande kennis van teksten zullen verkrijgen en dat zij succes mogen behalen in de diverse takken van kunst. Ik zal uitleggen hoe het negatieve karma (verzameld in het verleden en heden) gezuiverd kan worden door magische spreuken (mantra’s) en geneesmiddelen. Ter wille van de monnik die de Dharma verkondigt en voor die wezens die naar de Dharma luisteren, zullen alle rampspoeden, veroorzaakt door ‘negatieve planetaire constellaties’ of gesternte, geboorte (complicaties) en dood (bardo-ervaringen), strijd, ruzies, oneerlijkheid, bezoedelingen, tumult en wanorde, boze dromen, door de god Vinayaka, alle Kakhorda’s en Vetala’s, volledig verwijderd worden. Geneesmiddelen en magische spreuken waarmee de geleerden zich zuiveren zijn:

(1) vaca, (2) gorocana, (3) sprikka (105), (4) sirīsa, (5) samyaka, (6) samī, (7) indrahasta, (8) mahabaga, (9) jñamaka, (10) agaru, (11) tvac, (12) srīvestaka, (13) resin (hars) van sarja, (14) sallakī, (15) guggulu, (16) tagara, (17 patra, (18) saileya, (19) candana, (20) manahsila, (21) sarocana, (22) kustha, (23) kunkuma, (24) musta, (25) sarsapa, (26) nalada, (27) cavya, (28) sūksmaila, (29) usīra, (30) nakesara. Wanneer de constellatie Pusya heerst en in het gesternte verschijnt, zou men deze kruiden in gelijke hoeveelheden moeten fijnstampen en vervolgens moet men het poeder inzegenen door de volgende magische spreuk (mantra) honderd keer op te zeggen:

‘[Tayatha] sukrite krirta kamalijanakarate, hamkarate, indrajali, sakaddrepasaddre, abartaksike, na kutraku, kapila kapilamati, sīlamati, sandhi dhudhumamabati, siri siri, satyasthite. svahah (Heil!)’


Nadat men een magische cirkel (mandala)
van (koeien)mest heeft gemaakt,
zou men er bloemen in moeten uitstrooien
en een gouden en zilveren vat met honing
(erin) neerzetten.

Men moet daar vier gewapende mannen
en vier beeldschone meisjes plaatsen,
die potten dragen.

En men moet daar voortdurend
de Indiase wierook bdellium (Guggulu) branden,
de vijf verschillende muziekinstrumenten bespelen
en de godin geheel versieren
met parasols, vlaggen en vaandels.

Met tussenpozen moet men spiegels,
pijlen en speren (vajrakila) plaatsen.
Dan moet men een grenslijn trekken.
Vervolgens moet men beginnen
met wat er gedaan moet worden.

Tijdens het trekken van de grenslijn
moet men de volgende mantra opzeggen:

‘[Tayatha] arake, nayana, hile mile, gile, khikhile. svahah (Heil!)’

Nadat men zich achter een beeld van de Tathagata gewassen heeft, moet men door het uitspreken van de volgende mantra de vrede veilig stellen, aldus:

‘[Tayatha] sagate, bigate, bigatabati svahah. (Heil!)’

Mogen de gunstige gesternten
(en planetaire constellaties)
in de vier hemelse richtingen
hun leven beschermen.

Mogen alle negatieve planetaire constellaties
tijdens het moment van de geboorte opgeheven
en in gunstige constellaties getransformeerd worden.

Mogen angstaanvallen veroorzaakt door negatief karma,
vergaard in het verleden en door hevige angsten,
doordat de elementen in disharmonie met elkaar verkeren,
geheel gezuiverd worden.

‘[Tayatha] same, bisame. svahah (Heil!) sagate bigate. svahah (Heil!) sukhatinate. svahah (Heil!) sagarasambhūtĿya. svahah (Heil!) skandamatraya. svahah (Heil!) nilakanthaya. svahah (Heil!)
aparajitabīryaya. (svahah) (Heil!) himabatasambhūtaya. (svahah) (Heil!) animilabaktraya. (svahah) (Heil!) namo bhagabate brahmane, namah sarasvatyai debyai. Mogen mijn magische woorden succesvol zijn. Tam brahmanumanyatu. svahah (Heil!)’

Omwille van het beschermen van de monnik die de Dharma verkondigt en voor het welzijn van hen die naar de Dharma luisteren (en het opschrijven), zal ikzelf (Sarasvatī) daarheen gaan. En samen met de gehele verzameling goden, zal ik iedere ziekte in dat dorp, stad, district of verblijf uitbannen. Ik zal alle negatieve planetaire constellaties, ruzies, strijd, ongunstig gesternte, geboortecomplicaties (trauma’s), angsten of benauwdheden veroorzaakt door boze dromen of de god Vinayaka, alle Kakhorda’s en Vetala’s, opheffen, zodat er hulp zal zijn voor die monniken, nonnen en leken die de voornaamste sūtra’s in bewaring hebben en dat ze bevrijd mogen worden van het cyclische bestaan en niet-terugkerende (onomkeerbaar) Ontwaakten in de allerhoogste en volkomen Verlichting zullen worden.’

Voorwaar, toen prees de Verhevene de godin Sarasvatī*:

“Bravo, bravo! grote godin Sarasvatī!
Jij bent gekomen (nedergedaald)
voor het welzijn van veel mensen
en om veel mensen te zegenen,
want je hebt deze woorden gesproken
over geneesmiddelen en magische spreuken.”

*De godin Sarasvatī (echtgenote van Brahma) is rechtstreeks uit het Hindoeïsme overgestapt in het Boeddhistische pantheon, zonder verandering van naam of andere belangrijke uiterlijke aanpassingen. Zij is de godin van de ‘hoorbare kunsten’: muziek, dichtkunst, en rhetoriek.

En de godin Sarasvatī vereerde vervolgens de voeten van de Verhevene en zette zich neder aan zijn zijde.
Waarachtig, toen sprak de leraar en verkondiger Kaundinya, de brahmaan, tot de godin Sarasvatī:

‘Sarasvatī, de grote godin is het waard
om vereerd te worden,
want zij is een groot asceet,
is beroemd in alle werelden
en een schenkster van gunsten en grote deugden.

Ze verblijft ergens op een top (van een berg),
is beeldschoon, is gekleed in zijden gewaden,
staat op één voet (chapastana) in de boogstand.’

Alle goden kwamen bijeen en spraken deze woorden tot haar:

‘Zwijg alstublieft niet.
Spreek tegen deze wezens
prachtige woorden.’

“Zo zal het zijn:

‘mure, cire, abaje, abajabati, hingule, pingalabati, manguse, marīci, samati, dasamati, agrīmagrī, (109) tara, citara, cabati, ciciri, siri miri, marici, pranaye, lokajyesthe, lokasresthe, lokapriye, siddihiprite, bhimamukhi suci khari, apratihate, apratihatabuddhi, namuci namuci mahadebi pratigrihna namaskaram.’

Mogen mijn inzichten zich verdiepen. Moge mijn kennis van teksten, verzen, magische boeken, mantra’s, leerstukken en gedichten toenemen!

Zo zal het zijn: ‘[Tayatha] mahaprabhave hili hili, mili mili.’ Moge het alsmaar toenemen door de kracht van de gezegende godin Sarasvatī. ‘karate keyūre, keyūrabati, hili mili, hili mili, hili hili.’ Ik roep de grote godin aan door toevlucht te nemen in de Boeddha, de Dharma en de Sangha (de 3 juwelen), Indra en Varuna. Welke Verkondigers der Waarheid er in de wereld dan ook mogen zijn, door de Waarheid die zij verkondigen, roep ik de grote godin als volgt aan: ‘hili hili, hili mili, hili mili.’ Mogen al mijn wensen in vervulling gaan. Hulde aan de gezegende grote godin Sarasvatī. Moge de woorden van mijn magische spreuken (mantra’s) succesvol zijn. Svahah* (Heil!)’

*Sanskriet: Svahah, wordt in het Tibetaans als Soha uitgesproken.
Toen prees de grote leraar en Verkondiger van de Dharma, Kaundinya de brahmaan, Sarasvatī, de grote godin, met deze verzen:

‘Mogen al de hordes Bhūta’s mij horen!
Ik zal de godin prijzen,
wier gezicht van uitzonderlijke schoonheid is
en die onder de vrouwen in de wereld van de goden,
Gandharva’s en Asura’s de allerhoogste
en uitmuntende godin is.

Sarasvatī heeft ledematen
die vele verfraaiingen bezitten
en diverse deugden.
Ze heeft brede ogen (oogkassen).

Ze is briljant in het verzamelen van verdiensten.
Ze bezit een overvloed aan verdiensten,
zoals b.v. helderziendheid (zuivere kennis).
<
Ze is onvoorstelbaar mooi.
Ik zal haar prijzen
vanwege haar uitzonderlijke deugden
zoals een uitmuntende welsprekendheid
en omdat zij de oorzaak van voortreffelijk
en groots succes is
vanwege haar beroemde onderrichtingen.

Eveneens prijs ik haar,
omdat zij een grote bron van verdiensten is,
zuiver en verheven is, straalt als een lotus,
haar ogen mooi en uitnemend zijn,
haar verblijf wonderschoon is;

Zij een prachtig voorkomen heeft,
over onvoorstelbare deugden beschikt,
gelijkt op de maan,
haar pracht en praal puur is;

Zij een grote bron van kennis is,
een superieur zuiver bewustzijn bezit,
de sterkste onder de leeuwinnen is,
een voertuig voor mannen is;

Zij over acht fraaie armen beschikt,
een voorkomen heeft dat lijkt op de volle maan,
vanwege haar hartverwarmende manier van spreken,
om haar zachte, melodieuze stem,
begiftigd is met diepzinnige wijsheid;

Zij de oorzaak is van het bewerkstelligen
van de (aller) beste daden,
een voortreffelijk wezen is,
vereerd wordt door de Oppergoden en de Asura’s;

Zij geprezen wordt in alle verblijven en paleizen
der menigten goden en de Asura’s
en omdat zij voortdurend vereerd wordt
in het verblijf van een menigte Bhuta’s. Heil!

Ik buig mij diep neer voor de godin.
Moge zij mij een speciale hoeveelheid verdiensten schenken.
Moge zij mij succes in al mijn activiteiten schenken.
En moge zij mij voortdurend beschermen
tegen alle vijanden.

Als men ’s morgens opstaat
en met een zuivere geest
deze complete syllaben en woorden uitspreekt,
zullen alle wensen vervuld worden,
verkrijgt men rijkdom, deugden, graan
en men zal prachtige successen boeken!'

Zo (eindigt) het zevende hoofdstuk, het Hoofdstuk over Sarasvatī, in de uitmuntende Suvarnabhasa, de koning der sūtra’s.


<< Prev   Table of Contents   Next >>